Logboek peterschooneveldt

Geluk

G

Eerste zondag in september en volgens weervrouw Willemijn één van de laatste mooie nazomerdagen van dit jaar. Ondanks het feestje bij de overburen gisteravond ben ik in alle vroegte opgestaan, ik was vroeg wakker dus waarom blijven liggen. Gehuld in mijn ochtendjas en met een hete kop thee ga ik op het bankje in mijn kletsnatte tuin zitten. De mist is net opgetrokken. Bedauwde spinnenwebben trillen in het tegenlicht. Mijn rechterarm trilt nog wat na van een week gedane arbeid. Verse verf op de rabatdelen, stijve spieren in mijn lijf. In de verte het zachte gegons van het eerste verkeer op de provinciale weg, inmiddels vierbaans -het is nooit helemáál stil in Nederland- maar gelukkig ver genoeg om de weldadige rust echt te kunnen verstoren. Het blikken kerkklokje in het dorp slaat het halve uur. Ik trotseer de vochtige koelte van de ochtend en laat de sfeer op me inwerken, de lome traagheid waarmee mijn omgeving ontwaakt. De eerste zonnestralen verlichten de daken aan de overkant van het straatje waaraan ik woon. Op één van de nokvorsten een kauwtje die zijn vleugels verzorgt. Als hij daarmee klaar is laat hij zijn kop in zijn veren zakken en koestert zich in de zon, zichtbaar genietend van de warme zonnestralen op zijn zwarte verenkleed. Ik koester een zekere sympathie voor de kauw. Ze etaleren een sociale gemeenschapszin die ontbreekt bij andere kraaiachtigen.
Het observeren van dieren op hun gemak heeft een onmiskenbaar ontspannende invloed op je eigen gemoedstoestand. Ik werd me daar jaren geleden al van bewust toen ik in het voorjaar zat te kijken naar een moedereend, die haar jongen leerde hoe ze zich moesten wassen. Het aandoenlijk enthousiasme waarmee de kuikens het gedrag van hun moeder kopieerden werkte vertederend en verkwikkend. Een vluchtig moment, kort maar duurzaam.
Het is windstil. Geen blad aan de bomen in mijn tuin beweegt. In de bleekblauwe hemel hangt boven mijn hoofd een wit wolkje. Na tien minuten hangt het nog steeds op dezelfde plaats. Alleen de vorm is veranderd. Misschien niet voor iedereen bijzonder maar wel voor een inwoner van deze kustprovincie. Het waait hier eigenlijk altijd.
Langzaam klimt de zon boven de daken en werpt haar eerste strijklicht over het gemaaide gras. De drie lelies op de tuintafel baden in de koele ochtendzon. Het licht speelt sprankelend door het bedauwde glas van het vaasje. Charlotte had ze uit het veldboeket gehaald en buiten gezet omdat ze binnenshuis zo stonken. Nu werpen ze hun lange schaduw op de rugleuning van een tuinstoel. Ik pak mijn camera en maak de foto, ik weet dat over een paar minuten alles anders zal zijn. Achter de lelies begint een vlammende Japanse esdoorn smeulend te dampen in de verzadigde lucht.
Boven mijn hoofd passeren twee veldleeuweriken. Ze zingen niet, ze vliegen over. Ik herken ze aan de karakteristieke vorm van hun vleugels en hun eigenaardige manier van vliegen. Leeuweriken in de stad, een unicum lijkt me, zeldzaam als ze zijn. Ik ken ze eigenlijk alleen maar van de waddeneilanden. Als je daar door de stille kweldergebieden loopt is hun aanwezigheid, áls ze er al zijn, onmiskenbaar. In hun opstijgende vlucht zingen ze jubelend de hele natuur bij elkaar om vervolgens verticaal uit de lucht te vallen en daarna stil te zijn. In mijn hoofd hoor ik de eerste vioolklanken van ‘The Lark Ascending’ van de Britse componist Ralph Vaughan Williams. Geïnspireerd door dit natuurfenomeen schreef hij deze Romance for violin and orchestra; muziek die het bouwwerk van je atheïstische overtuiging aan het wankelen brengt.
Op de straat aan de overkant passeert de eerste auto en verbreekt detonerend de betovering.
Genoeg gemijmerd, tijd voor ontbijt.
Als ik dit opschrijf realiseer ik mij dat het eigenlijk nergens over gaat. Als ik het verhaal van mijn leven zou moeten vertellen zou deze ochtend er niet in voorkomen. Een moment van geluk, niet meer dan dat, het is voorbij voor je er erg in hebt.
Ik moet dit vaker doen, vroeg opstaan. Deze week word ik een ochtendmens. Ik weet zeker dat dit gaat lukken, mijn kleindochters komen logeren.

Auteur/Fotograaf

Peter Schooneveldt
Peter Schooneveldt

Peter Schooneveldt vloog 32 jaar als verkeersvlieger / gezagvoerder bij de KLM Royal Dutch Airlines. Na zijn pensionering in 2011 legt hij zich vooral toe op portretfotografie, reisfotografie en het schrijven van reisverhalen.

Copyright © 2017 Peter Schooneveldt

2 Comments

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Dit verhaal spreekt me erg aan. Niet alleen om de mooie zinnen en sprekende beelden, maar vooral om de diepere laag in het verhaal. Je schrijft dat ‘het eigenlijk nergens over gaat’, maar in wezen zijn het nu juist dit soort momenten die het leven de moeite waard maken. Het grappige is dat ik op dezelfde morgen als jij ( de eerste zondag van september) ook in de tuin zat. Ik schreef toen de volgende haiku:
    besprenkeld met dauw
    hangen trillende webben
    tussen de struiken

Logboek peterschooneveldt

Meest recente verhalen

Recente reacties

Archief

Categorieën

Tags

Meta

Peter Schooneveldt

Peter Schooneveldt

Peter Schooneveldt vloog 32 jaar als verkeersvlieger / gezagvoerder bij de KLM Royal Dutch Airlines. Na zijn pensionering in 2011 legt hij zich vooral toe op portretfotografie, reisfotografie en het schrijven van reisverhalen.

Copyright © 2017 Peter Schooneveldt

Get in touch